Meest gestelde vragen

De meest gestelde vragen en antwoorden over de RI&E

Wat is de functie van een RI&E?
De RI&E is een handig hulpmiddel om ervoor te zorgen dat uw personeel niet onnodig aan arbeidsrisico's wordt blootgesteld. De RI&E bestaat uit een Inventarisatie van arbeidsRisico's. Het Plan van Aanpak bestaat uit afspraken over het voorkomen van deze risico's. Dit Plan van Aanpak wordt regelmatig geëvalueerd. Zijn de plannen uitgevoerd? En hebben de maatregelen het gewenste effect?

Wat betekent de regel ‘de RI&E moet voldoende up to date zijn’?
Aanrader is eens in de drie tot vijf jaar te evalueren (dit is echter geen verplichting). Indien grote veranderingen in uw bedrijf plaatsvinden, moet u sowieso opnieuw een RI&E opstellen.

Ik heb de RI&E ingevuld. Moet ik deze opsturen? En naar wie?
Afhankelijk van de grootte van uw bedrijf bent u verplicht de RI&E, te laten toetsen door de arbodienst of een gecertificeerde arbo-deskundige:
• Heeft u 25 of minder werknemers in dienst dan hoeft uw RI&E niet getoetst te worden. U moet wel een RI&E doen. U hoeft de RI&E dan niet op te sturen.
• Heeft u meer dan 25 werknemers in (vaste) dienst, dan bent u verplicht de RI&E te laten toetsen door een arbodienst. De toetsing vindt op uw bedrijf plaats. U stuurt dan de ingevulde RI&E naar een arbodienst naar keuze.

Zijn alle RI&E’s hetzelfde?
Nee, de RI&E op deze site is speciaal ontwikkeld door en voor de Recreatiebranche in samenwerking met KIKK recreatie. Daardoor is deze RI&E meer dan andere RI&E instrumenten op maat gesneden voor zwembaden en verblijfsrecreatie.

Wie heeft welke verantwoordelijkheid bij het opstellen van de RI&E, het toetsen en het uitvoeren van de RI&E met het plan van aanpak?
Uiteindelijk is de werkgever verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van de RI&E en het plan van aanpak. Als er zaken rond die RI&E niet goed gaan dan is dat de verantwoordelijkheid van de werkgever. Een werkgever kan de RI&E natuurlijk geheel zélf uitvoeren, maar in veel bedrijven is deze taak neergelegd bij de preventiemedewerker(s) en komt tot stand in samenwerking met de OR en of de PVT. Als een bedrijf meer dan 25 medewerkers  en een RI&E en plan van aanpak heeft gemaakt moet deze RI&E en het plan van aanpak voor een onafhankelijke toetsing worden voorgelegd aan een gecertificeerde arbodienst of arbodeskundige. Bij 25 of minder werknemers is toetsing niet nodig. Recreatiebedrijven en zwembaden hebben vaak te maken met een sterk wisselend aantal medewerkers.Hiervoor geldt de richtlijn het gemiddelde aantal medewerkers over het hele jaar te nemen. Daarbij geldt niet het aantal FTE's, maar het aantal daadwerkelijke medewerkers. Dus heeft uw bedrijf gemiddeld meer dan 25 medewerkers dan moet uw RI&E getoetst worden.  

De arbodienst/arbodeskundige stuurt het resultaat van deze toetsing niet alleen aan de werkgever, maar ook aan de OR of de PVT. Het advies van de arbodeskundige kan tot een aanpassing in de RI&E en het plan van aanpak leiden. De aangepaste RI&E en het plan van aanpak worden voorgelegd aan de OR of PVT ter instemming. Na instemming van de OR of PVT gaat de werkgever met hulp van de (preventie)medewerkers aan de slag met het plan van aanpak.

De Inspectie SZW kan de werkgever vragen om de RI&E en het plan van aanpak. Als daarin is afgeweken van het advies van de arbodienst of arbodeskundige, zal Inspectie SZW vragen om de motivatie: Wat zijn de overwegingen van de werkgever geweest om af te wijken van het advies van de arbodienst of arbodeskundige. Alleen Inspectie SZW kan de werkgever dwingen om bepaalde maatregelen te treffen.

Nog meer vragen/weten: www.rie.nl

Wetteksten zoeken: www.wetten.overheid.nl